Tevredenheid
We worstelden niet met doornig struikgewas, kletsnat;
maar liepen wel droog op een (zacht)hellend bospad.
We zwoegden niet voor zuurstof op een vijandige planeet;
maar speurden het aroma van de bosgrond, heel discreet.
We waren niet gekwetst, er erg aan toe;
alleen maar – van ’t wandelen – erg moe.
We waren niet uitgehongerd, en vuil;
wel bezweet, en met nog voedsel in ruil.
We zagen geen zwarte, luchtledige horizont;
maar die Vogezenhellingen wenkten zo bont :
in de november zon straalden heldere, felle herfstkleuren,
’t groen van sparren en helgele boomtoortsen; stjjgende geuren
We vochten niet op een vreemde planeet voor een thuis,
maar waren op de Aarde : in het Heelal ons ronde huis.
Tevreden, blij met wat we hebben, waar we zijn;
op het pad valt in stralen tussen bomen de Zonneschijn.
Voor Patrick, Nora en Marcel, Bergstijgers;
die met die wereld in leidden.
Bernard
Leuven, 5-11-2007


Nieuwe reactie inzenden