Trilogie: Plomo, San José en Aconcagua - Deel 3: Aconcagua


Anita Sohie - 06 Juli 2004
TAGS

Na de zalige douche, het herstel van de rugzak van Hilde, het opmaken van een lijst met benodigdheden, een bezoekje aan het prachtige “Museo de Arte Precolombino” van Santiago de Chile en de nodige voeding en drank, voelen we ons er klaar voor!
Op 9 januari vertrekken we met de bus naar Mendoza in Argentinië, waar we onze permit voor de Aconcagua moeten halen. Het is daar erg warm (36°C) en vochtiger dan in Santiago. We vinden het bureau voor de permit vrij gemakkelijk, een paviljoen in een park, en betalen onze 300 dollar per persoon. Bij het buitenkomen spreekt iemand ons aan: “Of we al vervoer en muilezels hebben voor de Aconcagua?” Dat hebben we nog niet, en hij toont ons prijzen die een derde zijn van wat we tot hiertoe hoorden. Als hij hoort dat we van België komen, zegt hij “Ik werk altijd voor een Belg, Rudi Van Snick. Kennen jullie hem?” Natuurlijk ken ik hem, goed genoeg om dit een goede referentie te vinden, want ik weet dat Rudi zeker nooit met de duurste of meest luxueuze begeleiders reist. We bestellen dus vervoer voor de volgende dag in de namiddag, want we moeten eerst nog inkopen doen en daar is het nu al te laat voor.

De volgende morgen besteden we aan het inslaan van eten en brandstof. De supermarkten zien er uit zoals in Europa, er is zelfs een grote “Carrefour”. Maar de prijzen zijn voor ons wel erg laag: vroeger was 1 Argentijnse peso gelijk aan 1 Amerikaanse dollar, maar sinds het failliet van de economie is de peso nog maar ongeveer een derde van de dollar, en de prijzen dus evenredig. Voor de Argentijnen moet dit wel erg moeilijk zijn, alle buitenlandse producten zijn immers ineens 3 maal zo duur geworden, bovendien is er heel veel werkloosheid.
Stipt zoals afgesproken komt een minibusje ons halen en rond 17.30 u zijn we in Penitentes, waar we overnachten in een hotelletje en onze bagage voor de muilezels afgeven en wegen. De 3 muilezels met onze bagage gaan in 1 keer tot het basiskamp “Plaza de Mulas”, maar wij zullen in 2 dagen de 32 km afleggen en onderweg overnachten in “Confluencia”. We moeten dus wel tent, slaapgerief, vuurtje en eten zelf dragen. De volgende dag rond 11 u vertrekken we aan de “guardaparques” van Horcones, die onze permit controleren en onze genummerde vuilniszakken geven. Die moeten we, gevuld met vuilnis, afgeven op het einde. Om 13.30 u zijn we al in Confluencia( 3350 m), het is veel korter dan we dachten. Het is ook hier erg warm, maar in de namiddag komt er veel wind, er hangt een wolk rond de top van de Aconcagua en er vallen zowaar enkele regendruppels.(de eerste sinds we in België vertrokken!) Waarschijnlijk zal het dus zaak zijn om voor de middag de top te bereiken!
Ingrid voelt zich niet zo fit en dat werkt op haar humeur. Ze heeft nog bijna geen enkele nacht goed kunnen slapen en maakt zich daar wat zorgen over.

De volgende dag (12 januari) komen Alain en ik op Plaza de Mulas ( 4250 m) aan in iets meer dan de helft van de topotijd. Onze conditie is dus in orde. We vinden onze bagage bij de “Lanko”-tent en zoeken een plekje, wat niet zo gemakkelijk is. Er is veel volk op het basiskamp en helaas ook enkele grote tenten van commerciële organisaties die hun diensten aanbieden: van pizza en bier tot internet en warme douches. Niet echt wat je noemt een afgelegen plekje in de bergen! De guardaparques controleren hier ook onze permit en geven ons elk 2 genummerde “kakzakken”, voor in de hogere kampen. Hier op het basiskamp zijn toiletten voorzien (een vat in de grond met een tentje rond), die opgehaald worden met een helikopter. Op deze manier wordt het kamp en ook het water niet vervuild, wat wel nodig is met zo veel volk.
We reserveren een plekje voor de andere 4 kompanen die later aankomen. We zetten 3 tenten in het basiskamp, met de bedoeling met 2 tenten naar boven te gaan. Zo hebben we altijd een tent in het basiskamp voor als er iemand moet afdalen. Voor de eerste keer gebruiken we dus het tentje van Ingrid, waarvan ze me op mijn herhaaldelijke vragen verzekerd had dat het een stormvaste expeditietent was. Maar blijkbaar heeft ze uit haar vorige expeditie naar de Muztagh Ata niet de nodige ervaring gehaald, want ze haalt een tunneltentje boven met ongeschikte A-stokken, grote tentvlakken en geen enkel touwtje om het vast te zetten. Piketten zijn in dit morenepuin echt niet geschikt, samen met haar zoek ik alle bindtouwtjes die we kunnen recupereren van rugzakken, matjes en stijgijzers bijeen en slagen we erin de tent recht te krijgen, met behulp van grote stenen. Ik hoop maar dat het niet te hard stormt of sneeuwt, want dan vrees ik ervoor!
Er ontstaat ook wat twijfel over de aangekochte voeding: Alain denkt dat we te weinig hartige dingen, zoals kaas of salami hebben, Hilde is ongerust over de koolhydraten en zegt dat we brood zullen moeten bijkopen in het basiskamp. Om ruzie te vermijden (ervaring uit vorige expedities) stel ik voor dat iedereen de voeding die hij zelf gekocht heeft, uitzoekt en meeneemt. Sommigen lusten geen aspergesoep maar hebben die wel gekocht, de quinoa is onvindbaar, de couscous wordt door 1 persoon aangeslagen… Wim en ik bekijken het een beetje van op afstand: waarschijnlijk hebben we na de beklimming nog veel eten over, want de honger van het basiskamp is vlug over op hoogte.

Ons klimplan is ongeveer het volgende: naar kamp 1 (Nido de Condores 5330 m), dan eventueel naar Berlin (kamp 2, 5750 m), dan afdalen tot het basiskamp, rusten en dan in 3 etappes naar de top. Onze acclimatisatie hebben we normaal gezien gehad op de vorige beklimmingen, maar het weer zou hier wel eens spelbreker kunnen zijn, want dat is lang niet zo stabiel als in Chili.

Op 13 januari vertrekken we dus naar Nido de Condores, en hoewel de rugzak en de afstand ons zwaar vallen, doen we er toch weer veel minder dan de topotijd over. In het begin is er veel volk, maar de meesten stoppen op 1 van de tussenkampen (Canada of Alaska genaamd). We hebben uit onze ervaring op de San José geleerd en Alain en ik hebben alles zelf bij, zodat we niet op tent of brandstof moeten wachten. Nido de Condores ligt veel mooier dan het basiskamp en het is er veel rustiger, waardoor we besluiten dit als ons vooruitgeschoven basiskamp te gebruiken. Maar … tegen de avond begint het te waaien en te sneeuwen, ’s nachts stormt en sneeuwt het. De wind dondert en raast en rukt aan de tent, maar gelukkig heb ik genoeg ervaring om te weten dat een VE 25 heel wat aankan en maak ik me niet te veel zorgen. Toch slapen we allemaal slecht, maar ’s morgens (14/1) begint de zon terug te schijnen en hebben we een heel mooi uitzicht. We gaan met lege rugzakken naar het basiskamp beneden, eten daar nog eens goed en gaan met de nodige voorraad aan eten en brandstof terug naar boven. Ik doe er nog een uur minder over dan gisteren (3.30 u nu) en voel me fit. ’s Nachts weer sneeuw en storm, we slapen slecht.

15 januari is een typische saaie expeditiedag: het is erg bewolkt, het sneeuwt en we zijn verplicht om bijna de hele dag in onze tent te blijven. De guardaparques zeggen dat het boven verschrikkelijk koud is en veel wind, echt niet nuttig om hoger te gaan. Ze vrezen dat dit weer enkele dagen zal aanhouden, wat onze moed in onze schoenen doet zinken. We proberen de “kakzakken” voor hun doel te gebruiken, wat niet zo makkelijk blijkt! Hopelijk bevriezen ze, want hoe neem je anders zoiets mee in je rugzak? Ingrid en ik maken kruiswoordraadsels voor elkaar, de rest van de tijd smelten we sneeuw en drinken soep. Het voordeel is nu wel dat we water hebben, dat kan hier soms wel een probleem zijn. Maar onze brandstof gaat er vlug vandoor met het smelten van sneeuw. Het sneeuwt weer de hele nacht, maar zonder storm deze keer.

De 16e ligt er een dik pak sneeuw, maar het weer is redelijk en er is geen wind. Wat te doen? Ingrid is moe door nachten niet te slapen, Marijke blijft last hebben van haar maag (hoogte?). Zij zijn het beu en willen naar beneden. Wim en Hilde twijfelen. Alain en ik willen naar kamp Berlin, en vandaar zien we wel: naar een volgend kamp, of ineens naar de top, of naar beneden als het te slecht weer moest zijn. Ik heb mijn getten niet bij (’t is toch geen sneeuwberg?) en knutsel er ineen met enkele plastiek zakken en kleefband. Uiteindelijk vertrekken we met 4 naar boven, Wim wil proberen en Hilde wil op 6000 m geraken, kwestie van haar hoogterecord te breken. Dat wil wel zeggen dat we de 2 tenten en 2 vuurtjes moeten meenemen, wat een zware rugzak betekent. Hilde twijfelt, ze heeft af en toe ademnood en raakt dan in paniek. Ik ken dat verschijnsel op hoogte, het is niet gevaarlijk maar lastig, maar ik kan natuurlijk niet inschatten hoe ze zich voor de rest voelt. Alain dringt er op aan dat ze een beslissing neemt, anders sleuren we voor niets met 2 tenten. Ze gaat dan toch mee verder. In 2 u tijd zijn we al op kamp Berlin (5750 m), en het begint weer te sneeuwen. We zetten de tent op in de sneeuw en kunnen niet buiten. Ik word pessimistisch: er ligt al zo’n halve meter verse sneeuw, we zien geen 2 m ver door de wolken, het lijkt erg onwaarschijnlijk om in deze omstandigheden de top te halen. Na zoveel moeite, trainen, acclimatiseren, geld ook… Zo dicht bij het doel te moeten opgeven, misschien nooit deze kans meer krijgen… Ik voel me triestig en teleurgesteld.
Hilde komt langs om te zeggen dat Wim het vlammen-verdeelplaatje van zijn vuurtje verloren is en ze kunnen niet koken, of ze ons vuurtje straks mogen lenen? Ook dat nog!
We proberen ons te haasten, maar sneeuw smelten duurt lang. Bovendien willen we ook onze thermossen vullen voor morgen, moesten we een gaatje in de wolken zien dan wagen we het erop.We eten dus enkel een minute-soepje en geven het vuurtje door. Maar als het ’s avonds even opklaart, hebben we een ongelooflijk zicht in de late zonnestralen en krijg ik toch weer wat hoop. Het zal ploeteren worden in die hoop sneeuw, maar als er zicht is wagen we het er op en we zien wel hoe ver we geraken...

De 17e om 5u steken we ons hoofd buiten: het sneeuwt niet meer en ik zie sterren, maar nog wel wat wolkenslierten rond de top. Te doen! We vertrekken om 6u, Wim ziet het niet zitten en Hilde wil later vertrekken om haar 6000 m te halen. Ze laten zich niet overhalen.
Alain en ik beginnen door de sneeuw te dabben, soms is er een spoor, soms niet. Het wordt langzaam licht en de zon komt erdoor, we hebben prachtige zichten. Wie zei er dat de Aconcagua een saaie puinhoop is? Een schitterende sneeuwberg is hij vandaag! Het is wel bitter koud, ik voel mijn vingers en tenen niet meer. Gevaarlijk, ik ken die verschijnselen van andere hoge bergen! Ik probeer afwisselend mijn vingers en mijn tenen te bewegen, in mijn skistokken te knijpen, piano te spelen.
Er staat nog 1 tentje hoger op de berg, brrr! We traverseren de “gran acerreo”, normaal een grote puinhelling, maar nu een lawinegevaarlijke sneeuwflank. Door de wind is er een “croute” gevormd, met losse poedersneeuw onder. De hellingsgraad is ideaal voor lawines. We doen onze stijgijzers aan en proberen ons te haasten, maar op die hoogte is dat niet zo vanzelfsprekend. We zijn blij als we uiteindelijk onderaan de “canaleta” staan, het steilste stuk van de beklimming en vaak in ijs, maar nu dus bedekt met zo’n goede halve meter sneeuw. We hebben bijna iedereen ingehaald, nemen even tijd om te drinken en laten onze rugzak onder een overhangend rotsblok liggen. Alleen gewapend met fototoestel, skistokken en stijgijzers beginnen we aan het laatste stuk. Het is steil (zo’n 45 °), de sneeuw diep en los, de hoogte doet zich voelen. In het laatste stuk beginnen we te tellen: 15 stappen, 5 tellen rust, 10 stappen, 5 tellen rust… Rechts zien we de indrukwekkende zuidwand opdoemen. Nog een paar stappen, vooruit, volhouden, nog even, nog een paar rotsblokjes over en dan…. zien we het beroemde scheefgezakte kruis staan! We zijn er! We hebben het gehaald! Ondanks de zware omstandigheden hebben we het gehaald! Ik voel de tranen komen, en ook bij Alain zie ik tranen van blijdschap en ontroering. Gisteravond had ik er niet meer in geloofd, en nu, om 13 u, staan we hier op de top!
De hoogste berg van Amerika, van het westelijk en het zuidelijk halfrond. Heel Amerika ligt aan mijn voeten (Bush dus ook, bedenk ik, haha!) Het was een heel zware inspanning, maar we zijn er!!
Dag op dag 2 maanden voor mijn 50e verjaardag: ik heb mezelf een mooi verjaardagscadeau gegeven vind ik!
Vlug een paar foto’s, want langs de andere kant zien we in snel tempo wolken omhoog komen, en inderdaad, tegen dat we terug in de canaleta zijn trekt alles dicht en even later begint het alweer te sneeuwen. Al heel vlug zien we niets meer, maar gelukkig is er nu wel een groter spoor door al het volk van een commerciële organisatie. Die liet iedereen naar boven gaan terwijl ze verdomd goed wisten dat ze het niet zouden halen. Mensen zonder ervaring en veel te weinig conditie. Ze waren allemaal een stukje omhoog gegaan en om 14 u zei de gids: het is te laat, we geraken er niet, en ze maakten (terecht) rechtsomkeer. Makkelijk verdiend voor die gidsen, want veel hoger dan kamp Berlin moeten ze nooit gaan.
Als we om 15 u terug in Berlin komen, staat er een plas in de tent van de gesmolten sneeuw. De gidsen van de commerciële organisatie wensen ons proficiat met de top. Wim en Hilde hebben het vuurtje voor ons achtergelaten, maar door de sneeuw gaat het telkens uit en we zijn te moe om er veel energie in te steken, we breken de tent af en gaan naar beneden, blindelings want het zicht is nul. Rond 18 u bereiken we het basiskamp, waar ook nog wat sneeuw ligt. Omdat niemand van onze vrienden te zien is, zetten we onze natte tent terug recht en hopen dat onze vochtige slaapzak nog wat droogt voor de nacht. Dan verschijnt Marijke, ze vertelt dat iedereen in een pizzatent zit te schuilen voor sneeuw en kou. Even later komt Ingrid eraan, heel enthousiast dat we het gehaald hebben en ze trakteert met bier en pizza, zegt ze. In de pizzatent feliciteert iedereen ons. Hilde heeft haar 6000 m gehaald en is ook tevreden. We laten ons de pizza en het bier goed smaken, hoewel Ingrid achteraf een gepeperde rekening in dollars krijgt.
Blijkbaar zien we er niet al te moe uit, want onze vrienden zijn het er unaniem over eens om meteen morgen af te dalen. Ik zeg dat ik niet weet of morgen al ons gerief droog zal zijn en of ik in staat zal zijn om die 32 km te stappen, na ons exploot van vandaag.
Maar een mens is sterk. We staan vroeg op, drogen tent, slaapzak en schoenen zo goed en zo kwaad als lukt, en tegen 12 u vertrekken we, richting Horcones. Nog even een bang moment, want Hilde is onderweg op de berg haar “kakzak” verloren, en volgens het boekje betekent dat 200 dollar boete. Maar gelukkig zijn de guardaparques er niet zo op uit om dit grondig te controleren, we gooien ze in een grote zak maar ze worden niet geteld en Hilde kan haar 200 dollar houden voor te bellen en te mailen naar hare Filip.
Rond 18 u komen we in Horcones, vandaar bellen de guardaparques naar Lanko, die ons komt ophalen en een goed uur later zitten we aan tafel achter een Argentijnse biefstuk en een fles wijn.
Verdiend!

Epiloog.
Ik had al verschillende keren de “maté” gezien die de Chilenen en de Argentijnen drinken uit een soort leren potje, met een zilveren rietje. Maar pas nu, nadat alles achter de rug was, waag ik mij eraan na het eten, als “digestif” denk ik.
Hoewel ik toch moe moet zijn na alle inspanningen van de laatste dagen, doe ik van heel die nacht geen oog dicht. Ik snap er niets van, want ik ben een heel gemakkelijke slaper. Tot ik maanden later thuis lees dat de beroemde zuidamerikaanse “maté” ongeveer 5 keer zoveel cafeïne bevat als koffie...
Tijdens de warme douche bemerk ik ook een blauwe grote teen, en gevoelloosheid in mijn andere tenen: lichte bevriezingen. Echt ernstig is het niet, maar het betekent wel weer een paar maanden tintelingen en weinig gevoel in mijn tenen.

We trekken nog een paar dagen naar zee en genieten van de zon, mooie bloemen en lekkere zeevruchten. Dan moeten Ingrid, Wim en Marijke naar huis. Hilde, Alain en ik hebben nog een weekje, dat we gebruiken om nog een trektocht te maken rond enkele vulkanen in een meer zuidelijke streek in Chili: de Araucana.