Een rustige ongeveer 25 km lange wandeling over gemengde wegen. Denk eraan deze wandeling kan op meerdere plaatsen ingekort worden, of in meerdere malen bewandeld worden.
Kaart: Maldegem-Eeklo 13/3-4
Het uitgangspunt ligt aan de poort van het Kasteel van Resinghe Je neemt de dreef links van de toegangsweg van het kasteel. Het is de GR 130 route. Je volgt ze tot aan het Schipdonkkanaal. Dit kanaal werd midden de 19de eeuw gegraven in de bedding van de Lieve, oorspronkelijk een kanaal dat de Gentenaars in de 13de eeuw graafden tussen Gent en het Zwin. Wil je iets meer weten over paardenmelk en haar toepassingen - waaronder likeur van paardenmelk - neem onderweg even een andere richting en kom daarna terug naar de GR.
Kasteel van Resinghe: hier ligt waarschijnlijk de bakermat van Maldegem, het is de naam voor de vroegere burcht van het adellijke geslacht der "van Maldegems". Een zekere Salomon van dit geslacht nam deel aan de eerste kruistocht, onder aanvoering van Godfried van Bouillon. Hun wapenschild hield er een rood kruis op gele achtergrond aan over. Vanaf de 15de eeuw taande de macht van het geslacht en het landgoed kwam in verschillende handen terecht. Het huidige kasteeltje dateert uit1858 en diende voor jachtslot.
Als de laatste veldweg achter je laat en je komt aan de asfaltweg, draai je links, weg van de GR. Je volgt deze weg tot aan een dreef welke langs de bosrand verloopt. Er staat een verbodsteken links van de weg: enkel richting. Ze brengt je langs een mooi parcours naar het kanaal, maar is blijkbaar privé.
Je volgt daarom misschien beter het GR pad tot aan het kanaal.
Aan het Schipdonkkanaal ook wel Afleidingskanaal van de Leie genaamd, draai je linksaf, de GR verloopt rechts. Even verder begint het Leopoldskanaal aan de overzijde er paralel mee te verlopen.
Aan de Leetjesbruggen, is het opletten geblazen, dit is de Expresweg naar Knokke. Wandel voor je veiligheid onder de brug door om via de stoep boven op de brug veilig de andere oever te bereiken. Weer even onder de brug doorwandelen en het Polderke volgen om de eerste beton weg links te nemen: de Gravinne. Deze zal je via de Kloosterstraat tot Middelburg-centrum leiden.
Middelburg werd in 1444 gesticht als onderdeel van het Bourgondische Rijk. Ooit welvarend, vooral door zijn verbindingen via de Lieve met Gent en met het Zwin. Plunderingen in de 16de eeuw tijdens de godsdienstoorlogen, de geregelde gevechten tussen soldaten van Spanje en de Verenigde Provinciën en de verzanding waren de oorzaken dat bewoners wegtrokken. Middelburg sliep langzaam in. Ook de beschietingen in 1944 werden moeilijk verteerd.
In de jaren 1950-1960 was hier een andere oorlog aan bod: smokkelaars tegen de douane. Onderwerp: vooral het taksvrij versassen van koeien!
Soms joegen de smokkelaars of "plungelaars" dwz. Smokkelaars te voet, enkele afgeleefde beesten over de bruggen; de accijnsmannen er achteraan, terwijl elders de jonge vaarzen over de kanalen werden getrokken. Inderdaad getrokken; de oevers zijn steil en kleiachtig, waardoor de beesten er zelf niet op geraakten. Het was niet verwonderlijk om op de oevers opgerolde koorden verborgen te vinden, of je vond zomaar een vastgebonden koe. De baasjes moesten de benen nemen voor de mannen van de wet.
Er gaat bovendien een verhaal van een smokkelaar die in het kanaal dook en zogezegd verdronk, maar rustig ademend via een rietstengel betere tijden afwachtte.
Verhalen over mannen welke op korte tijd heel rijk en even vlug terug arm werden, doen nog steeds de ronde. Het aan de koeien verdiende geld werd immers even vlug aan welbetaalde dametjes uitgekeerd voor even mannelijke(?!) prestaties. That's life!
Op het gerenoveerde dorpsplein (1984), een beetje achter een aanplanting, bevindt zich de oude Pelderijn of schandpaal. Het onderste gedeelte is authentiek, de bekroning is 17de eeuws. De paal verhuisde geregeld en werd zelfs in 1825 volledig verwijderd omdat ze het verkeer hinderde!
Pieter Bladelin, ooit schatbewaarder van de stad Brugge, stichtte hier op gronden, gewonnen op de zee, de stad Middelburg. Hij verkreeg ook dat koperslagers uit het verwoeste Dinant zich er mochten komen vestigen (straatnamen bekijken!).
Pieter liet tussen 1452-1458 de kerk bouwen. Kenmerkend is de huidige, maar nog oorspronkelijke, achthoekige vieringtoren. In de kerk bevindt zich onder meer een Kruisdraging, toegeschreven aan Pieter Breugel de Jonge. Het praalgraf van Pieter Bladelin, gestorven in 1472 en zijn echtgenote, bevindt zich in de kerk.
Op het kerkhof ligt ook ene kanunnik Andries begraven. Een lid van het Congres uit 1830 en fervent anti-Hollands. Hij lag mede aan de basis van het ontstaan van het Leopoldkanaal, om moerassige gronden droog te leggen, maar hij beschouwde het ook als een bolwerk tegen de "vijanden" van het vaderland: namelijk de Hollanders!
Na het bezoek van Middelburg keer je via de Kloosterstraat terug naar de Schorreweg waar de GR SA Noord verloopt. De naam "schorre" duidt aan dat ooit de zee dichtbij lag. Nu zal je wandeling echter over akkerland verlopen, er is duidelijk geen schorre meer te bekennen.
De GR verloopt nu over de Eedse kerkwegel.
Een kerkwegel was van oudsher een wegeltje waarlangs landmensen van afgelegen huizen naar een kerk of kapel gingen. Inspecteerden ze daarbij eveneens de aanpalende gronden?
De vraag rijst of ze ingeschreven zijn in de atlas der buurtwegen. Of bestaan ze gewoon bij de gratie van de zgn. aangelanden? In elk geval hun juridisch statuut is niet zo eenvoudig te omschrijven.
Tijdens een wandeling zie je soms dat een landbouwer zulk wegeltje, notabene gemaakt door zijn voorouders, mee omploegt of bewerkt, "zoals zijn eigen velden". Met verstrekkende gevolgen: wegeltje weg!
Er is dus waakzaamheid geboden om dit erfgoed, om dit wandelpaadje te bewaren, te kunnen blijven gebruiken.
Misschien is het nodig om als eenzame wandelaar of als wandelvereniging geregeld een brief naar een gemeentebestuur te schrijven dat zulk wegeltje de moeite waard was om te bewandelen. Op die manier wordt het openbaar bestuur alert en bewust van zijn taak bepaalde buurtwegen openbaar te houden. Deze erfenis uit het verleden moet bewaard blijven!
Het bewandelen van dit stukje, bijna overwoekerd, GR, deze Eerdse kerkwegel kan romantisch zijn.
Beste wandelaar, er is niets romantisch aan!
De hedendaagse, door ons gesubsidieerde, boer vindt dit wegeltje onbelangrijk, het moet verdwijnen! Deze relikwie van zijn voorouders ligt immers ferm in de weg van zijn moderne tractor. Bekijk het traject goed: hij gebruikt dit GR pad, dit Eerdse kerkwegeltje, om één rijtje maïs meer te hebben aan het einde van de zomer! Er moeten in de zomer zelfs linten gespannen worden om het juiste traject aan te duiden! Het is een Vietcongwegeltje door de jungle van maïs! Geloof toch niet, beste romantische wandelaar, dat boeren met jou rekening houden in het landschap U aangeboden door de landbouw!
Ach laat velen dit parcours bewandelen, zodat de moderne landbouwer weet dat het nog steeds gebruikt wordt. Misschien vertoont hij er ooit respect voor zodat hij niet enkel en alleen aan zijn geldbeugel denkt bij het bewerken van het landschap!
Even wandel je op Nederlands grondgebied, maar bij het kruisen van de baan Maldegem-Aardenburg aan de houten wandelpaal ben je terug in België.
Aan het kanaal, vervolg je naar links en na 50 meter ga je opnieuw links een andere veldweg in (Westweg - de GR verlaten!). Hier werden ooit enkele tamme kastanjes geplant, welke wonderwel opgroeien, behalve diegene die in concurrentie is met een inheemse wilg!
Aan enkele huizen thv. Grenspaal 347 rechts een landweg in draaien. Waar ga je de voeten neerzetten? Links Nederland, rechts België: kies maar!
Links in het landschap bemerk je de koepel van de kerk van Aardenburg.
Waar de aarden weg overgaat in asfalt neem je de weg rechts, de Vlotweg.
Aan het kanaal wandel je links tot de Lievebrug, een Baileybrug gebouwd in 1944 door de Canadezen. Nader ze rustig, je kan misschien enkele aalscholvers verrassen welke met opengesperde vleugels op de brugrand hun veren laten drogen. Ze duiken verwoed naar vissen, maar hebben geen vet op de veren en moeten deze regelmatig laten drogen.
Aan de brug staat ook een gedenkplaat welke er aan herinnert dat de Canadezen tussen 13 september en 5 oktober alle gemeenten ten zuiden van het Leopoldkanaal hadden bevrijd. Op 6 oktober 1944 begon operatie "Switchback operation" waarbij het Canadian Scottisch Regiment (what's in a name?) het kanaal overstak en oprukte naar Nederland via Oosthoek, waardoor je juist wandelde, en Moershoofde. Twee gehuchten juist over het kanaal.
Maar waarom wordt als huldeblijk de Engelse tekst niet even groot getoond in plaats van hem als fotokopie achter de gedenkplaat te verstoppen?
Rechtuit, je vervolgt over het asfaltbaantje verlopend door een populierenbosje. Gekke toestand: zou zich achter de haag een zonevreemd gebouw bevinden?
Op het einde linksaf, volg de Moerhuizestraat. Bemerk het rode kruis op de straatnaamplaat - komt dit via de kruistocht van onze Simon met Godfried van Bouillon tot hier?
Aan het eerste kruispunt neem je het Roodwegelken.
Verdoken links in de graskant staat een kruis ter ere van ene Verhecke oud 70 jaar, en alhier verdronken in 1743. Deze streek heet de "dood", wellicht een illusie op de verlatenheid en de voorheen geregelde overstromingen van dit gebied.
Je komt, door aan de Celiekerkweg rechtsaf te draaien, uit aan de ophaalbrug van Celie, vroeger een aanlegplaatsje met plaatselijk belang. Je zit nu dicht tegen je "zweetgrens", ga je er over dan stik je van de dorst of zweet je, je dood. Daarom is het beste om even te verpozen in café "De Roos".
Bekijk even de fel gekleurde roos boven de deur en de in arduin gebeitelde naam. Er naast waakt het Belgische leger! Een ABL schildwachthuisje, een wachttoren met boven op een verlaten M. mitrailleur en een verbodsbord: "Militair Domein" vervolledigen het beeld van deze toch vreemde herberg. Cafébaas, de Willy, is niet altijd aanwezig. Naast bierschenker is hij landbouwer!
Het vroegere café werd in 1940 totaal verwoest door terugtrekkende Belgische soldaten. Een korte periode werd er dan maar getapt in het kippenhok tot de Roos terug opgebouwd was. Het kreeg meteen een door een vakman ineengestoken nieuwe toog met art décorruitjes voor de glazenkast. Foto's uit de oude doos konden natuurlijk niet ontbreken.
Na de nodige "lafenis" steek je de brug over en volg je rechtsaf de kanaaloever. Neem de zandweg links naar de voet van de dijk. Verderop kom je terug op het asfaltwegje boven op de dijk. Na ongeveer 3 km bereik je een tweede ophaalbrug de Rapenbrug.
Volgens sommigen zou de benaming foutief zijn en zou het Ravenburg moeten zijn. De plaat op de muur, omgeven door zijn in Belgische driekleur geschilderde paaltjes, herdenkt een wapenfeit uit de eerste wereldoorlog. Op 21 en 22 oktober 1918 fietsten de toenmalige "Zwarte Duivels" blijkbaar een wielerploeg van het toenmalige Belgische leger manmoedig over de brug de Duitsers achterna. Bruggen zijn in oorlogen blijkbaar begeerde toestanden.
Dit heldenfeit drong echter maar traag door tot de Generale Staf, want het wapenfeit werd maar eerst in hun orders vermeld op 11 november 1918. Maar ja hoeveel doden werden door hen niet vergeten?
Of zaten de heren generaals te pintelieren in "De Roos"?
Want in de Vlaamse tekst staat zelfs een taalfout, bekijk maar eens het woord Duivels. Is het dan te verwonderen dat er in die tijd een Vlaams bewustzijn ontstond, als zelfs op een officiële gedenkplaat de Nederlandse tekst fouten bevat!
De brug oversteken en direct linksaf, het veldwegeltje naast het kanaal volgen. Aan de volgende brug overneem je het GR 130 pad naar het vertrek.
Je wandelde door een streek van vruchtbare kustpolders gewonnen op de zee, maar met vooral rondom Sint Laureins en Celie zandige en weinig opbrengende akkers.
Als je goed oplette zag je eveneens de vele, nu bijna volledig overgroeide, bunkers en schietgaten in de oevers van het Leopoldkanaal. De gedenkplaten duiden er ook op: hier werd hard gevochten om vanuit België Nederland te bevrijden. Het treffendst was wel de vergankelijkheid van wat eens een regelmatige wegel was voor de voorouders van de huidige landbouwersgeneraties. Spijtig genoeg hebben de huidige boeren blijkbaar alleen oog en oor voor de mestproblematiek en niet voor wandelaarsromantiek of eerbied voor hun eigen verleden. Getuige hiervan is de verloedering van kerkwegels en de roofbouw door de maïsteelt.