Aardappelen gewassen en ongeschild bewaren in geperforeerde zakken.
Gekookt in de schil zijn ze goed te bewaren en direct eetbaar.
Gepeld voor in de aardappelsla, soep, enz.
Ongepeld, in vier gesneden en opgebakken in de pan.
Alcohol met mate.
Blikken die bol staan zijn ongeschikt voor consumptie.
Boter (echte) blijft gezouten langer goed.
Doe ze in een goed afsluitbaar doosje en zorg dat de boter onder water staat, zo wordt, zelfs bij hogere temperaturen, minder vlug geel “ranzig”.
in de pan bruin gebrand, maakt het saaiste blik-eten tot iets bijzonder.
(Ook in de gewone keuken verheft echte boter de smaak tot een hoger niveau.)
Brood bewaren in een plastic zak, neemt minder plaats in dan een broodtrommel.
Pers steeds de lucht er zoveel mogelijk uit.
Citroen is de onmisbare “finishing touch” voor vele schotels.
Een flesje citroensap is ok en langer bewaarbaar.
Cornflakes gekruimeld en opgebakken in boter, daarna met suiker vermengd, smaakt uit stekend over verwarmde perziken of abrikozen uit blik. Doe dit zelfde (zonder suiker) met zout peper en knoflook over bijvoorbeeld macaroni of puree.
Chips kunnen op dezelfde manier gebruikt worden, maar dan uitsluitend op hartige hapjes.
Eieren kunnen volgens de Fransen op 685 manieren klaargemaakt worden.
Zorg wel dat er enkele eieren aanwezig zijn. Altijd handig om een “snel-klaar-menu” in elkaar te steken.
Folie van stevige makelij is onmisbaar.
Fruit in gedroogde toestand (appels, peren, pruimen, abrikozen bananen, enz.) neemt weinig plaats in, is voedzaam en makkelijk te stouwen.
Garneren van tafels en schotels. Een mooi plaatje doet eten en het oog wil ook wat.
Groenten gewikkeld in een vochtige krant, blijven langer fris.
Havermout is stevige kost en op vele manieren te gebruiken.
Indische nasi-goreng kruiden maken blikvlees en ragout veel levendiger.
Kaas is een welkome, veelzijdige aanvulling van het menu. Beter te bewaren, wanneer ingesmeerd met olie.
Knoflook in tenen of poedervorm (kwistig) te gebruiken. Spreek wel met de groep af dat iedereen look eet, anders kan het praten met mekaar bemoeilijkt worden.
Koffie is brandstof waar velen op lopen. Neem ook instant mee.
Korstjes moeten normaal worden opgegeten.
Kruiden absoluut onmisbaar in elke keuken.
Linzen zijn soms ten onrechte verguisde peulvruchten. Neem deze ter afwisseling van het peulvruchten-menu toch maar mee.
Lucifers, steeds verschillende soorten bijhebben.
Marineren van een (lastig) stuk vlees. Bbq, taai vlees, speciale smaken, enz.
Melk kan room vervangen in soepen.
Messen steeds vlijmscherp houden, dit vermijdt ongelukken. Het klinkt gek, maar bij botte messen schampt men vlugger af.
Mosterd over vlees gewreven vóór het braden doet het jaren jonger worden (malser), idem bij een scheutje azijn bij de stoverij.
Olie van plantaardige samenstelling, geëmballeerd in handig plastic flessen is prettig en goedkoop bakmiddel om iets te bakken zonder geknoei.
Oven is meestal afwezig. Men ziet het dikwijls te gecompliceerd.
Peperkorrels peppen elk prakje op.
Prakjes nooit weggooien, tenzij ze slecht geworden zijn. Ze zijn altijd nog te gebruiken in de soep, ragout, of stamppot.
Rijst. Neem naast de kant-en-klare ook (on)gepelde, en andere soorten rijst mee. Best lekker en gezondheid met lepels.
Rijstkorrels in het zout- of kruidenvaatje houden de inhoud droog.
Sausen zijn de beroemdste koks het knapste in, ze verdoezelen alles. Werk er dus overvloedig mee!
Sla ondersteboven opgehangen, blijft hij langer houdbaar.
Spekblokjes, gerookt. Gerookt, langer houdbaar en een goede basis voor menig gerecht.
Thee, zeker bijhebben om, indien nodig, met wat sterkers aan te vullen. Tegen de koude en een snotneus.
Tomatenpuree, liefst in tubes. Beter te doseren. Geeft een pittige smaak en een dieprode kleur aan het eten.
Uien in de buurt van lopend water pellen.
Vlees.
Vis moet je tijdens de aankoop diep in de ogen kijken, zijn deze glazig en diep verzonken, tracht dan een andere te vinden die met bolle ogen je blik vrank en vrij beantwoordt. Is de visboer je een slag voor geweest door er de kop af te halen, let dan op of de kieuwen fris rood zijn. Ingepakt of uit de diepvries, let dan op de vershouddatum.
Vuur is, (in ons geval ons Bluétje), waarvan je hoopt dat iedereen er heilig ontzag voor heeft. Altijd iets in de buurt hebben om te blussen.
Water wees er zuinig mee, vooral warm water.
Wijn, niet te versmaden.
Zout mag niet ontbreken. Laat ieder zijn eigen smaak bepalen. Na een bezwete tocht zal het vaatje menig hand passeren.