Cho Oyu - deel 2

hadzu

Advance basecamp (5700 meter)

Zondag 11/09

Na voor de meesten een woelige nacht, ontwaken we met een laag sneeuw op de tent en een prachtig zicht op de Cho Oyu. Gisteravond laat heeft Tirtha de plannen voor de komende dagen uit de doeken gedaan: vandaag rustdag, morgen plechtigheidceremonie en daarna begint het echte werk, hogerop de berg.

Iedereen heeft in AB camp een persoonlijke The Nord Face tent. Het kamp strekt zich uit over een afstand van 400 meter alwaar een 150 tal tenten zijn neergezet.

 

Maandag 12/09

Verzameling om 08.00 uur voor de ‘Hadzu’, een plechtigheid van anderhalf uur, om een veilige terugkeer van de berg te vragen. Ons klimmateriaal wordt rond de stupa gezet om gezegend te worden. We offeren eten en drank en er worden wierook en kruiden verbrand.

Onze hulpkok, die ook Lama is, prevelt ondertussen de gebeden. Op het einde van de plechtigheid gooien we met rijst en wordt ons aangezicht ingesmeerd met bloem. Iedereen is van het gebeuren onder de indruk.

Na de middag hangen we wat rond in het kamp.

 

Dinsdag 13/09

Omstreeks 10.00 uur vertrekken we richting berg over de morene tot 6045 meter, de plaats waar de beruchte ‘killer slope’ begint.

De afstand bedraagt amper 3 km met een hoogteverschil van 300 meter, doch we doen er 4 uur over. Rudi is verder gegaan tot camp 1 en waarschuwt ons dat het vervolg geen pretje zal zijn. Terugkomst in AB camp omstreeks 16.00 uur. We komen uitgeput toe in het kamp en worden opgewacht met jus door onze Lama.

 

Woensdag 14/09

Vandaag rustdag na de zware tocht van gisteren.

De douchetent wordt door onze staff opgesteld en onmiddellijk wordt onze kampplaats doordrongen van zeepgeuren.

In de namiddag wordt de bijna dagelijkse kaartprijskamp verdergezet. Etienne hangt steeds rond de nul, Peter en Ludo verliezen zwaar, één winnaar … ‘de schrijver’.

Een woordje over het weer: elke dag hetzelfde stramien: Voormiddag: zonnig. Namiddag: toenemende bewolking met sneeuw.

Op weg naar camp1 (6400 m)

Donderdag 15/09

In de loop van de voormiddag vertrekken we met een zware rugzak richting camp 1.

De eerste helft van het traject kennen we al doch onze knieën knikken bij het beginnen van de killer slope. Een zeer steile puinhelling, welke over een afstand van 600 meter, 350 meter in hoogte wint. Het spoor loopt bijna recht omhoog en is volledig kapot gelopen.

Volledig uitgeput komen we in de sneeuwcol waar een vijftigtal tenten staan op de sneeuwgraat. We smelten sneeuw, koken een beetje doch de meesten hebben geen honger en slapen slecht.

 

Vrijdag 16/09

Na een slechte nacht en een mager ontbijt gaan we hogerop richting ice cliff. De steilte van het terrein valt weerom tegen. Na 150 hoogtemeters houden we het voor bekeken en dalen terug af richting camp 1. Na een korte rustpauze zakken we verder richting AB camp. Rudi kan het niet laten om al een kijkje te gaan nemen aan de voet van de cliff. We hebben de ganse tijd een mooi uitzicht op de berg.

 

Zaterdag 17/09

Rustdag.

Na de middaglunch wordt door Nima en Themba de werking van de zuurstofflessen gedemonstreerd.

Tijdens onze middagrust worden we opgeschrikt door vallende stenen in de morene boven onze tenten. Ludo en Peter bemerken een vrouw , tuimelend tussen het puin.

Achteraf bleek de vrouw, twee gebroken vingers en een hoofdwonde opgelopen te hebben. Haar expeditie was voorbij.

 

Zondag 18/09

Rustdag

Vroeg opgestaan om onze Sirdar (Sherpa leader), Tirtha uit te wuiven. Hij vertrekt naar Kathmandu om onze trekkers te verwelkomen. Samen met hem vertrekken ook de gekwetste vrouw en enkele anderen die hoogteziek zijn.

Na het avondmaal omstreeks 20.00 uur davert de aarde onder onze voeten. Iedereen springt onmiddellijk uit de tent om te kijken wat er juist gebeurt. We horen ook lawines op de achtergrond en toen dan beseffen we dat het ernstig is; Een aardbeving !

 

Maandag 19/09

Via onze Tibetaanse hulpkok vernemen we dat de naburige stad Tingri getroffen is door de aardbeving. Zijn ouderlijk huis is gedeeltelijk ingestort; van zijn ouders geen nieuws. Hij gaat vandaag nog naar Tingri. We hebben hem een vracht Lu-koekjes meegegeven waarvoor hij ons erg dankbaar is.

Onze sherpa’s lopen er zenuwachtig bij en via hen komen we te weten dat ook een deel van Nepal getroffen is. In de loop van de voormiddag trachten we de sherpa’s te laten bellen met hun familie doch dit lukt niet.

Omstreeks 10.30 uur vertrekken we richting camp 1. Halverwege de morene beslist Etienne om terug te keren naar AB camp. De rest van de groep komt vermoeid toe in camp 1. Vandaar proberen we nogmaals contact te nemen met het thuisfront van de sherpa’s en ditmaal lukt het wel.

Er is schade in Nepal maar de families van de sherpa’s zijn oké. Grote opluchting.

 

Van camp 1 naar camp 2 (7100 m)

Dinsdag 20/09

Omstreeks 10.30 uur vertrek.

Juist voor de ice cliff beslist Vincent, die zich niet goed voelt, om terug te keren richting camp1.

Elke stap bergop doet pijn. Het is een zware uitputtingsslag en iedereen komt zichzelf tegen.

Eenmaal over de steile ijshelling gekomen, denken we: ‘nu zal het wel beter gaan’, doch niets is minder waar.

Bij het nemen van de serac krijgt Peter een zware fysieke inzinking. Het verdere verloop van de tocht wordt voor hem een marteling.

Het sneeuw smelten, s’ avonds in camp 2, loopt niet van een leien dakje en verontrust ons voor het verdere verloop van de tocht.

 

Woensdag 21/09

Na een slapeloze, koude nacht in camp 2 beginnen we ons moeizaam voor te bereiden op een afdaling naar het AB camp. Peter, nog niet volledig hersteld van gisteren, begint aan de afdaling onder begeleiding van sherpa Mynmar.

Na een korte tussenstop in camp 1 dalen we verder naar AB camp. Vincent is ’s morgens ook al afgedaald van camp 1 naar AB camp.

In de late namiddag brengt Dirk uit Vorselaar, die daar is met een andere expeditie, ons een bezoek in de messtent. Wederzijdse ervaringen worden uitgewisseld.

Iedereen vroeg onder de wol en er wordt uitgekeken naar de drie volgende rustdagen.

 

Donderdag 22/09

Eerste rustdag

In de voormiddag bespreken Nima, Themba en Urbain het verdere verloop van de beklimming. Een eerste toppoging is voorzien op 28/09 en een tweede kan volgen op 03/10.

Bim onze kok doet er zijn best op de innerlijke mens aan te sterken met frietjes en een heleboel groenten.

De rest van de dag is voorzien voor de nodige recuperatie.

Ludo zit met gemengde gevoelens over ‘het waarom van deze onderneming’.

 

Vrijdag 23/09

Rustdag twee.

’s Morgens volgen we met de verrekijker nauwgezet elke beweging van onze Koreaanse expeditiegenoten die bezig zijn met hun toppoging. (de eerste dit seizoen)

Die namiddag, weer eens sneeuw en we komen omzeggen onze tentjes niet uit.

 

Zaterdag 24/09

Derde dag rust.

Praktische en mentale voorbereiding op de toppoging van morgen.

 

Eerste aanloop naar de top

Zondag 25/09

 

’s Ochtends noedelsoep met pannenkoeken.

We leggen de laatste hand aan het pakken van onze rugzakken, en wij weg …

Het is er stil in de groep, iedereen is onzeker om wat komen gaat. De weersomstandigheden zijn goed. Weldra begint de klim op killer slope, wat danig in onze kleren kruipt. Tijdens de klim komt er meer en meer wind opzetten, we koelen fel af. Te dunne handschoentjes dwingen Peter en Ludo om chemische handwarmers te gebruiken. Het kikkert hen op.

Tegen de avond nam de wind stormachtige proporties aan en de tent van onze sherpa’s moest eraan geloven. En of dit alles nog niet genoeg is begint het ook nog fel te sneeuwen.

 

Maandag 26/09

We komen de nacht door zonder kleer(tent)scheuren. Het sneeuwt nog steeds en tijdens het ontbijt vertelt Nima ons wat we al weten: ‘Het is slecht weer’. We besluiten om een uurtje te aanzien en indien het zo blijft af te dalen en dus de toppoging te staken.

Het laatste wordt bewaarheid en moeizaam dalen we af langs de zwaar besneeuwde killers lope. Van een spoor is geen sprake meer. De moraine tot het kamp is omzeggens nog moeilijker te belopen. Opgelucht stappen we AB camp binnen.

 

Dinsdag 27/09

Deze ochtend vroeg, veel mist die al vrij snel opklaarde. Daar verscheen Laura de zon. Cho Oyu ligt er mooi bij.

Via onze sherpa’s vernemen we dat tijdens de voorbije storm een slachtoffer is gevallen. Een Tjech is in de serac in de problemen gekomen en door uitputting en onderkoeling gestorven. Later kwam ook nog de melding dat in camp 1 een klimmer het leven heeft gelaten in zijn tent.

Vincent en Etienne nemen het besluit voor zichzelf om geen verdere stappen op de berg te ondernemen. Ze zullen wel de rest van het team zo veel mogelijk ondersteunen.

We besluiten twee dagen rust te nemen om het lawine gevaar te ontlopen. We kijken uit naar een weersverbetering om een nieuwe toppoging aan te vatten.

Er heerst in het AB camp een bijzondere rust, de groepen zitten blijkbaar op elkaar te wachten om de berg opnieuw te sporen.

Die avond wordt met Nima de verdere planning overlopen. Het is wachten op de Chinezen die op 1 of 2 oktober de laatste vaste touwen zullen hangen !

 

Woensdag 28/09

We zien de groep van Dirk uit Vorselaar vertrekken voor een toppoging en wensen hem veel succes toe.

 

Tweede aanloop naar de top

Donderdag 29/09

De weersverwachtingen zijn goed en we vertrekken met vier naar camp 1. Twee uur sneller dan de eerste keer zijn we er toegekomen. We zijn duidelijk beter geacclimatiseerd. Onze eetlust is ook verbeterd alhoewel Urbain ’s nachts moest overgeven. Morgen wacht ons de lastige rit naar camp 2.

Hoe zot kan een kind van in de vijftig zijn ?

 

Vrijdag 30/09

Pas opgestaan als de zon op de tent scheen. Een stevige boerenomelet gebakken in de hoop dat het dan wel zou lukken. Daarna met goede moed vertrokken naar camp 2; Nog niet halfweg zakt de moed al in grote schoenen. Je loopt naar adem te snakken zonder het besef te hebben dat je vooruit komt. Het gaat tergend traag !

Ieder komt op eigen tempo kapot toe in camp 2. Het tijdsverschil tussen één en vier is aanzienlijk.

Met moeite wordt er iets gegeten. We proberen te rusten in onze slaapzak.

 

Camp 3 (7550m)

Zaterdag 1/10

De tocht van camp 2 naar camp 3 is circa 400 hoogte meter, dus een stuk korter dan de vorige doch op deze hoogte is niets gemakkelijk. Je moet steeds inpraten op jezelf. Dokters hebben ons verteld dat je op deze hoogte alleen maar aftakelt, dat ervaren we nu. We zitten in de zogenaamde ‘death-zone’.

Zes uur doen we erover om naar camp 3 te stappen.

De tenten in camp 3 staan minder comfortabel wegens de steilte. Het vaste touw hogerop loopt tussen de tenten door.

In de late namiddag zien we Dirk terug komen van zijn toppoging. Hij is zwaar getekend en zegt een fout te hebben gemaakt. Hij verwees naar zijn handen die vrieswonden zouden hebben. Weinig later is hij versuft verder afgedaald.

De bedoeling is dat we vannacht om 00.30 uur opstaan om te vertrekken om 02.30 uur naar de top.

 

Zondag 2/10

De wind nam gisteren vanaf 23.00 uur als maar toe. Om 02.00 uur riepen de sherpa’s ons toe vanuit de tent dat het vertrekuur wordt uitgesteld. We wachten af. Een uur later valt de beslissing dat er deze nacht niet kan vertrokken worden.

In de loop van de voormiddag willen de sherpa’s afdalen naar camp 2, doch wij beslissen van eerst contact op te nemen met het thuisfront voor de weersverwachting van morgen. Rond de middag belt Urbain naar Silke en een weinig later krijgen we het nieuws dat een weersverbetering op komst is. Tegen de zin van de sherpa’s besluiten we om te blijven en vannacht opnieuw een kans te wagen.

Het verblijf op deze hoogte doet ons geen goed. We krijgen niets door de keel en voelen de energie wegvloeien. Elke inspanning is teveel.

 

De top (8201m)

Maandag 3/10

02.30 uur maakt Temba ons wakker. Met een klein hartje beginnen we ons tergend traag klaar te maken. Het is geen sinecure om de bevroren riempjes van onze stijgijzers om te gespen. Omstreeks 03.30 uur vertrekken we in het donker.

Nima was onwel en is in camp 3 gebleven. Ludo en Peter nemen van bij het begin van de klim zuurstof. Urbain en Rudi vertrekken zonder en zullen later de flessen bovenhalen. We zien geen spoor en ploeteren in de poedersneeuw. We krijgen het erg moeilijk. Soms kruipen we op handen en voeten verder omhoog. Het gebruik van de jumar is niet evident met de dikke handschoenen.

 

Rudi heeft het erg moeilijk en overweegt om terug te keren. Zijn handen zijn erg koud. Vlak voor de steile rotsen krijgt hij zijn zuurstof. Nymar praat op hem in en hij voelt zich weldra beter.

Peter die om wie weet welke reden, van bij het vertrek de kop nam, krijgt half weg de gele rotsband, de spreekwoordelijke klap van de hamer. (en nog veel erger) Bijna bovenaan de rotsen werd hij door

Urbain uit een roes gehaald. Hij hing gewoon minuten lang aan het acht millimeter touw te rusten, plat tegen de rotswand.

Urbain die ondertussen ook aan de zuurstof hing, had gans de tijd enorm veel problemen met zijn stijgklem welke telkens weigerde open te gaan. Meermaals moest hij zijn handschoenen uitdoen om de klem open te krijgen.

Na de rotsband trokken de gelederen open. Elkeen klom aan eigen tempo op automatische piloot verder. Tergend langzaam, zonder ophouden …

Op het moment dat de zon over de berg komt arriveert Rudi op het topplateau (8100m). Hij volgt de cramponsporen die hem naar de top leiden.

 

Eenmaal het topplateau bereikt wordt het vlakker en zie je link een top welke niet het hoogste punt is en verwarrend overkomt. Rudi volgt het spoor tot Mount Everest opdoemt. Hij is er en wordt er stil van …

Weinig later keert hij terug ken treft Urbain die hem vraagt om samen terug te gaan om een foto te nemen.

Gezonde angst komt in hen op en brengt hen terug in de realiteit. Samen keren ze terug. Onderweg staat Temba hen nog op te wachten op de rand van het plateau.

Het is daar dat Ludo door Temba er attent werd opgemaakt dat hij niet voldoende zuurstof heeft om de top te bereiken. Ludo stond efkes te verzinnen of hij al of niet zou doorgaan zonder zuurstof.

Toen is Peter er bij gekomen.

Temba stelde voor om met de rescue zuurstof aan de afdaling te beginnen. Met tegenzin stemde Ludo hier in toe. Vlug nam Temba nog een foto van het tweetal. De afdaling werd ingezet.

 

Wordt vervolgd.

 

Cho Oyu - deel 2
Cho Oyu - deel 2
Cho Oyu - deel 2
Cho Oyu - deel 2