Sylan/Sylarna Trektocht op sneeuwschoenen
‘t Was te mooi om waar te zijn.
Een rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Trondheim/Værnes en twee uur later het treintje naar Storlien, net over de Zweedse grens. Kon niet beter, er zijn maar twee treinen per dag.
Het zelfde om terug te komen : treintje - vliegtuig en thuis.
5 april : vooral veel wachten.
KLM draait ons een loer. Vlucht afgeschaft en omgeboekt naar de enige en late vlucht van die dag. Resultaat : we staan om 23 u op Værnes. Niet veel meer dan een vliegveld en een paar hotels. Rasisson Hotel : ‘t is niet direct een natuurvriendenhuis vannacht.
6 april : de eerste tochtdag is verknald.
In de plaats nemen we voor een paar kilometer de taxi naar het stationnetje van Hell en zijn ruim op tijd voor de “Nabotog” richting Östersund. Een uur later stappen we uit in Storlien, 600 m hoger en volop in de sneeuw. Rest nog een stukje taxi naar Storvallen Fjällgård, waar we zoals altijd, zeer goed ontvangen worden.
We gebruiken de rest van de middag om het vertrek te verkennen. Erg nuttig, zo blijkt, want in een wir-war van langlauf- en sneeuwscooterroutes is een goede start niet zo evident : we gaan al direct een stuk verkeerd.
Het weerbericht is niet fameus.
7 april : Storvallen - Bjørneggen. (7 u, 18 km)
Nog een stevig ontbijt en zijn pas om 9u30 weg. We zijn snel boven de boomgrens en veel, vooral koude wind, zorgt er voor dat de sneeuw er perfect bij ligt. De route - op zijn Zweeds gemerkt met 2 m hoge palen met een rood houten kruis - maakt boven op het plateau een grote lus om dan terug af te dalen. We denken er even aan om die lus af te snijden, maar staan al direct boven een rotsbarrière en moeten een stukje terug. Niet zo erg, want boven op het plateau genieten we van weids uitzicht en een stralende zon, met de eerste tekenen van de storing.
De wind heeft hier behoorlijk wat sneeuw weggeblazen en een kudde rendieren profiteert ervan om hier voedsel te zoeken.
Op de middag bereiken we Klukstugan, net voor de Noorse grens. Een “rastskydd”, een spartaans uitgeruste schuilhut die eventueel als noodonderdak kan dienen : een tafel , twee banken , een kacheltje, soms wat brandhout en een noodtelefoon
Van hier dalen we naar Kluksdal, Noorwegen in. De Noorse markering neemt over en om de Zweden te plezieren zijn de palen voorzien van 2 dwarslatjes.
We dalen vlug af, komen in het bos. Het wordt al direct veel te warm met een sneeuwkwaliteit die drastisch achteruit gaat. In het gehuchtje Kluksdal - enkele boerderijen - vinden we al snel het vervolg. We kunnen nog een stuk profiteren van een scooterspoor, maar moeten dan aftakken naar Bjørneggen en lopen hoofdzakelijk door bos. Geen toegift meer aan de Zweden, de palen staan wat verder uiteen en de dwarslatjes vallen weg. Bij goed zicht geen probleem.. Veel natte sneeuw en de laatste kilometers worden een stuk zwaarder.
We komen recht achter de hut uit. “Hut”, een oude boerenwoning met een ruime keuken, zitplaats en verschillend slaapkamers, de “kiekentrap” op. Eigenlijk nogal wat luxe hier, elektriciteit, stromend water, douche. Alleen, het water is bevroren en we moeten met enkele emmertjes naar de overbuur.
Er komt een groepje van 10 studenten aan en we kunnen voor de eerste keer uitleggen dat we met onze sneeuwschoenen perfect hier geraakt zijn.
Blikvoer uit de voorraad gehaald, en niets over datum deze keer.
8 april : Bjørneggen - Schulzhytta (7 u, 20 km).
Het is heel de nacht te warm en de sneeuw voor de hut is ronduit waterachtig. Wat vraagtekens voor deze dag. Het hoogteverschil is wel niet zo groot, maar de afstand redelijk lang en bij deze sneeuwcondities ... ? Drie keer moeten we toch redelijke rivieren over, liggen ze nog toe .... ? Hier en gisteren in Kluksdal hadden we nog een uitweg, voor het geval. Gaan we hier verder dan zijn er geen uitwegen meer : gewoon voortgaan.
Na een ontbijt dat zich beperkt tot een bord havermout - dat zal voor de volgende dagen zo zijn - zijn we om 8u al weg. Eerst een paar honderd meter tot het einde van het baantje en dan draait de route het bos in. Klimmen door platte sneeuw het plateau op maar kunnen weer profiteren van een oud scooterspoor. Hoger op ligt de sneeuw er iets beter bij, maar het meer dat we voorbij gaan komt al behoorlijk open. Smeren ons voor niets in met zonnecrème : de wolken zakken en het wordt mistig. Dat maakt dat de volgende kilometers over het plateau vrij monotoon worden. Schieten toch goed op en de eerste rivier zijn we over zonder het eigenlijk te merken. Dat zit dus goed.
Stilaan zakken we af naar de Rotla - de tweede rivier - waarnaar het nationaal park genoemd dat we nu intrekken. Het landschap wordt door het open berkenbos nu toch wat gevarieerder, maar van de bergen is niet veel te zien. De rivier zijn we zo over. We kruisen een wildspoor, lynx ?
Een tweede keer de Rotla over, vorige zomer was het een probleem om droog over te steken. Nu niet, waden zou toch niet zo dat geweest zijn.
We zakken af, het bos wordt dichter en de sneeuw platter. We worden ingehaald door vier skiërs. Het laatste steile stuk lijkt op een tobogan en één van de skiërs gaat al direct tegen de vlakte. Voordeel van sneeuwschoenen : wij staan stabiel.
De skiërs hebben zowat alle kachels in de Schylzhytta aangestoken. De 10 studenten komen kort na ons aan. Uiteindelijk doen we er niet zo verschrikkelijk veel langer over dan de skiërs. Onze tijd komt zowat overeen met de zomertijd.
En, grote luxe, stromend water in de hut. We ontsnappen aan sneeuwsmelten. De sneeuw-schoenen blijven beziens hebben.
9 april : Schulzhytta - Ramsjøhytta (5u, 15 km)
Een vrij kort traject. Het vriest niet en dreigende lucht.
Weer om 8 u weg. We dalen af door al te platte sneeuw en gaan opnieuw naar de Rotla. Het laatste stuk naar de rivier lijkt weer op een kleine sleepiste en we zijn maar al te blij dat we hier niet op ski’s door moeten. Ook hier, toch een stuk lager dan gisteren, ligt de rivier mooi toe. Ondertussen zakken de wolken en begint het te regenen. Juist dat kunnen we missen.
Geleidelijk klimmen we hoger op en draaien naar het O de vallei tussen de Fongen (1411 m) en Ramfjellet in. We trappen een aantal keer diep door de sneeuw. Aan de sporen te zien hebben skiërs er evenveel problemen mee.
Het blijft klimmen naar de pas tussen de twee bergen, waar niets van te zien is. Het wordt behoorlijk warm en onder onze softshell hebben we alleen een T-shirt aan. ‘t Zal nog tegenvallen. Stilaan gaat de regen over in sneeuw en naarmate we de pas naderen neemt de wind toe. Het perfecte U-dal wordt een windtunnel en boven staan we in sneeuwstorm. Er is absoluut niets om beschutting te zoeken, geen sprake dus om iets warmer aan te doen. Gewoon doorgaan. Gelukkig hebben we de wind vanachter en valt het nog best mee. Het geeft wel te denken, je kan hier in de problemen raken voor je het beseft.
Aan de andere kant van de pas doet de zon een poging en krijgen we een beetje zicht. De wind blijft en de combinatie van stuifsneeuw, wolken en wat zon geeft heel speciale zichten. Tijdens de laatste 5 km langs het meer maakt opgewaaide sneeuw het sporen erg zwaar. Het komt dan ook goed uit dat we het laatste stuk naar de hut over het meer kunnen afsnijden.
Het duurt lang voor het in de hut een beetje warm wordt en de wind waait zo door de ramen. Het is amper 20 m naar het bijhuisje waar de toiletten en de houtvoorraad zijn. Maar nu is het een kleine expeditie om er te geraken.
De uitloop van het meer ligt open, opnieuw ontsnappen we aan sneeuwsmelten.
10 april : extra dag in de Ramsjø
Het was de bedoeling om van hier uit een dagtocht te maken, ofwel naar Ramfjellet ofwel naar Fongen. De wind is gaan liggen, maar met de bergen in de wolken, af en toe een sneeuwbui en een absoluut slechte sneeuwkwaliteit, zit er niet veel in. Zeker niet naar Fongen, een vrij grote afstand op een complexe en redelijk steile hellingen. Daar komt het er op aan om uit enkele lawinezone’s te blijven, en dat vraagt een goed zicht. Een lawinebericht is in Noorwegen zo goed als onbestaande en je bent 100% op jezelf aangewezen om de situatie te beoordelen. We brengen de morgen dan maar door met het aanvullen van de houtvoorraad in de hut.
‘s Middags klaart het op en we dabben naar het topje boven de hut. Toch nog de moeite want het zicht op het Fongenmassief is prachtig. In het ZO komt ook Sylen vrij, maar dat is nog twee dagen gaan.
De rest van de namiddag in het zonnetje bij de hut.
Het is weekend en er komen een paar families met kinderen aan. Ze gaan het meer op, boren een gat in het ijs en vissen de rest van de dag. Zonder veel resultaat. De jongste wast zijn handen in de emmer drinkwater.
Het wordt eindelijk behoorlijk koud vannacht met een sterrenhemel zoals we het hier nooit meer zien.
11 april : Ramsjøhytta - Storerikvollen. (4u30, 18 km)
We zijn om 7u30 weg. Prachtig weer, het vriest redelijk en de sneeuw ligt hard.
Door open berkenbos zakken we wat af naar de rivier die van het stuwmeer ten N van Ramsjø komt. Daardoor ligt ze soms open in de winter, maar met een klein omweggetje naar een brug is er altijd droog over te komen. Nu zijn we er zo over en komen uit op het baantje van Tydal. In de zomer kom je hier met de auto, in de winter een dagtocht naar de vallei.
De route verloopt door een brede vallei, zonder groot hoogteverschil, enkel wat op en af. De zon brandt maar de sneeuw blijft hard en we vorderen snel door een mooi en gevarieerd landschap. We krijgen nog enkele prachtige terugblikken op Fongen. De laatste 2 km worden iets monotoner, wat ruim goedgemaakt wordt door het zicht op Esandsjøen en de steile flanken van Sylen.
Om 12u, net voor de sneeuw zacht wordt, staan we plots voor Storerikvollen. In de zomer en rond Pasen is de hut bediend met allures van een berghotel. Nu is het personeel volop aan het inpakken : seizoen afgesloten. In plaats van goeie Noorse boerenkost en ontbijtbuffet wordt het weer conserven en havermout. ‘t Is wel beter voor het budget. We trekken in in het totaal gerenoveerde open gedeelte waar we nog alleen zijn en de eerste keuze hebben. Enkel als de hut niet bediend is kan je hier terecht en kan je je potje zelf koken.
Luie middag in de zon en overschakelen op Frans, want de eerste die aankomt is een Fransman. Ook de enige die geen vragen stelt bij de sneeuwschoenen. Later loopt de hut zo goed als vol met Zweden. De tocht rond Sylen is uitermate populair in Zweden, vandaar.
Mooi zonsondergang op Sylen.
12 april : Storerikvollen - Sylarnas fjällstation (Sylstationen) (6u, 19 km)
Start van het luxe-gedeelte van de tocht.
We staan om 5u30 op, samen met de Fransman die er ook Alpengewoontes op na houdt. Prachtig weer, het vriest, dus profiteren we van de harde sneeuw. We overwegen even een afkorting over het meer, maar de ervaring leerde ons dat dit niet noodzakelijk een aangename weg is. Al vlug monotoon en opgewaaide sneeuw kan het verrassend lastig maken. We volgen braaf de route, met heel de tijd het zicht op Sylan. We vorderen weer goed. Pas na de splitsing naar Nedalshytta begint de klim. Het gaat vrij geleidelijk, maar het tempo zakt toch. Vlak voor de grens is het tijd voor een korte rust in een rastskydd met panoramisch zicht.
Sylan wordt Sylarna en we dalen terug af . Een desolaat wit landschap waar de ruime vergezichten op Fongen, Snasa en Bunnerfjäll en de steeds wisselende zichten op Sylarna het maken. De opkomende wolken uit het westen beloven niet veel goeds..
Hoe verder we afdalen, hoe platter de sneeuw en de laatste kilometers worden zwaar.
Het weer verandert als we in Sylarnas fjällstation aankomen. Eén van de grotere hutten, met Zweedse efficiëntie ingericht maar zonder het koele onpersoonlijke van de gewone hutten. Het seizoen is hier duidelijk nog niet gedaan, er is redelijk wat volk. De hut is bijzonder populair, ze ligt in een mooie omgeving en is tevens een knooppunt van verschillende routes.
Je kan hier ontbijt nemen maar avondeten is zelf klaar te maken. Geen probleem, er is een keuken, netjes in compartimentjes ingedeeld met alles erop en eraan. In het winkeltje is een redelijk assortiment te koop, tot wat diepvries toe.
We hebben een kamertje met stromend koud en warm water en douche op de gang : ‘t kan niet meer op.
‘s Avonds sneeuwt het en het weerbericht is meer dan triestig. We planden hier twee extra dagen voor dagtochten Zien wel wat er van komt.
13 april.
Gedaan met goed weer : veel wind, geen zicht, wel sneeuw.
Rustdag met een goede sauna. Daar is de Noorse wintermarkeringen het gespreksonderwerp. De Zweden doen hun beklag. Volgens hen veel minder consequent dan de Zweedse, enkel wat berkentakken in de sneeuw gestoken en alleen met Pasen. Laat nu juist Sylen de uitzondering zijn : twee meter hoge palen die er heel het jaar door staan
Nu is er wel degelijk een verschil in tochtcultuur tussen Noorwegen en Zweden. Winterroutes in zuid Noorwegen worden inderdaad met berkentakken gemerkt, sommige routes enkel met Pasen, ander dan weer voor een langere periode. Het is een zaak van je vooraf goed te informeren. En voor alles wat ten noorden van Sylen ligt - op een enkele uitzondering na - is er niets. Noorwegen is wat meer plan trekken, de populaire tochtgebieden in Zweden op het randje af overgeorganiseerd.
Ik ben hier in de minderheid en zwijg dus maar.
14 april : dagtocht Ekordörren (16 km h/t)
Het weerbericht voorspelt in de loop van de morgen wat opklaringen. Het vriest en de sneeuw ligt er goed bij.
De opklaringen stellen weinig voor, en met een stevige wind zit een toptoer er niet in. We houden het bij een tochtje richting Nedalshytta. Zo trekken we door de vrij smalle vallei onder de oostkant van Sylarna door - maar die is amper te zien - eerst vlak, dan een redelijke klim naar de pas. Juist hier trekken we wolken iets op en krijgen we inkijk in de het smalle U-dal aan de andere kant. Rest nog een steile afdaling naar de schuilhut. Rust binnen, maar het wordt er vlug steenkoud.
Gaan de zelfde weg terug, nu met de wind tegen. Er is een oefening van de bergredding aan de gang en een politiehelikopter traint landingsmaneuvers boven op een rotstoren. Gedurfd : sneeuw, veel wind, zichtbaarheid bijna niets.
Weerbericht deprimerend.
15 april : Sylarnas fjällstation - Blåhammaren (5u, 19 km)
Niets te zien en natte sneeuw als we doorgaan. Meer dan palen volgen wordt het niet, maar de sneeuw ligt vrij goed. We zijn snel in het rastskydd van Enkälen. We lunchen binnen en het loopt er al vlug vol met tegenliggers die hier allemaal op hetzelfde ogenblik aankomen..
Verder gaan we nagenoeg door het niets en zijn we nog amper de volgende paal, 20 m dus. Eigenlijk ligt er niet zo veel sneeuw en toch komen de palen hier en daar amper boven de sneeuw uit. ‘t Is niet zo dat je niet kan fout lopen, ook niet op een Zweedse (over)gemarkeerde winterroute.
De laatste 4 km gaan vrij steil omhoog naar de hoogst gelegen hut van Zweden.. Niets van te zien, we merken het enkel omdat het tempo wat zakt. Het zou hier anders een prachtig uitzicht moeten zijn. De hut duikt plots uit het niets op.
Rond het hoofdgebouw en het bijgebouw met het “lager”, is een touw gespannen. Kwestie van niet verloren te lopen als je van het ene naar het andere gaat.
Blåhammaren is volledig bediend en in heel Zweden beroemd voor zijn goede keuken. Het wordt een culinair verblijf met twee glazen wijn die een fortuin kosten.
In tegenstelling tot de Noorse bediende hutten is in Zweden altijd een “trekkerskeuken” en kan je altijd zelf je potje koken.
We horen vanavond voor het eerst dat er wat problemen zijn met het luchtverkeer. De schuld van een vulkaan op Ijsland die voor een aswolk zorgt.
16 april : Blåhammaren - Storvallen (5u, 12 km)
Het ontbijt mag er zijn met vers gebakken broodjes.
Het vertrek mag er ook zijn : bijna stormwind, sneeuw, stuifsneeuw, amper zicht ... Het vriest -5 ̊C maar de gevoelstemperatuur zal eerder bij -15 ̊ C liggen. Van de vertrekkers komen er al direct 4 terug. Maar best, aan hun kledij te zien.
Dalen in vol ornaat af, met de wind op kop. Al met al zijn we vrij snel aan de schuilhut. We stappen met sneeuwschoenen en al naar binnen, een voordeeltje tegenover ski’s. Als we iets aan onze kledij willen veranderen is het hier, onderweg is er niet veel mogelijk.
Naarmate we de bosgrens naderen komt er meer zicht, we krijgen tussen de sneeuwbuien door een schijntje zon en de wind gaat wat liggen.
Aan de grote brug over de Enan - de rivier komt open - kunnen we kiezen. Ofwel naar de parking bij Rundhaug en door het bos evenwijdig met de baan naar Storvallen, ofwel over het plateau. We kiezen voor het tweede, iets korter, maar niet sneller. We moeten terug 100 m omhoog en uit de beschutting van het bos. Op het plateau gaan we over enkele bultjes met pakken opgewaaide sneeuw. Het wordt wat zwaarder dan verwacht.
We zijn helemaal alleen in Storvallen en zitten er vast. Geen vluchten meer, complete chaos op bussen, treinen, geen huurauto’s meer te krijgen... Geen contact mogelijk met KLM
17 april : rustdag
Rustdag en afwachten. Eindelijk via via toch wat nieuws van KLM. Weten niet wanneer er terug gevlogen wordt maar we krijgen de raad om morgen normaal naar het vliegveld gaan en daar contact op te nemen met KLM.
18 april : wachten.
Nemen tegen beter weten in het treintje naar Værnes. De service van de luchtvaartmaatschappij gaat niet verder dan een plakaatje dat alles gesloten is met de verwijzing naar een telefoonnummer in Nederland. Ook dat levert niets op.
Keren dan maar met de volgende trein terug naar Storvallen. Dat is wel een halve dag wachten. Naast vier half-zatte Zweden zit een madammeke de Noorse editie van de “Wachttoren” te lezen. Als ze uitstapt krijgen we het boekje toegestopt. We zoeken, maar er staat niets in over enige invloed van Jehova op vulkanen, laat staan op Eurocontrol. Niet dus, er wordt niet gevlogen.
We brengen de rest van de avond door met op internet treinticketten te kopen. Dit komt uiteindelijk 3 keer duurder uit dan het vliegtuig. We krijgen wel waar voor ons geld : 3 dagen onderweg.
Een nawoordje :
Op het kaartje zijn de winterroutes blauw, de zomerroutes rood weergeven. De aangeduide tijden zijn zomertijden. Wij hebben altijd de zomertijd gehaald, ligt de sneeuw goed, dan gaat het iets sneller.
Ook de zomerroutes zijn gemerkt, maar daar heb je in de winter niets aan.
Zuiver technisch is deze tocht gemakkelijk. Een goede conditie is wel een vereiste en hoe slechter de sneeuw, hoe zwaarder het wordt. De weersomstandigheden kunnen bijzonder hard zijn. Aangepaste kledij is absoluut noodzakelijk. De route is zeer goed gemerkt, maar in slecht weer is verkeerd lopen zeker niet uitgesloten. Dan zit je met serieuze oriëntatie problemen. Een bivak zak en een schup moet je zeker bij hebben.
Op de gemerkte winterroutes is geen lawinegevaar tenzij zeer lokaal in smalle beekbeddingen bijvoorbeeld. Naar toppen als Fongen of Sylan moet je er wel rekening mee houden. Het Noorse lawinebericht, voor zover het bestaat, voldoet aan geen enkele norm. In Zweden beperkt het lawinebericht zich tot de grote skicentra. Åre ligt het dichtst bij, maar is eigenlijk niet meer in Sylan. Je moet zelf kunnen beoordelen welke hellingen potentieel gevaarlijk zijn en je moet zelf het gevaar kunnen inschatten.
Buiten de beschreven tocht zijn er nog heel wat andere combinaties mogelijk. Niets houdt je tegen om van de gemerkte routes af te wijken. Zeker dan moet je zeer goed kunnen oriënteren.
De tocht kan je net zo goed met ski’s doen. Hier skiën - met een rugzak - is nog wat anders dan op de getrokken loipes in de Jura.
Als je liever niet teveel volk tegen komt, blijf je best aan de Noorse kant van Sylan. Maar vermijd Pasen . Ook tijdens de weekends kunnen de hutten vol lopen.
Info over de hutten :
• Noorwegen : www.ut.no; www.turistforeningen.no ; www.tt.no ; www.turistforeningen.no/ntt/
• Zweden : www.svenskaturistforeningen.se
In Blåhammaren en Sylarnas fjällstation kan je vooraf plaats boeken.
• Storvallen fjällgård : www.storvallensfjallgard.se
Hoe kom je er ?
• Met SAS van Brussel naar Trondheim/Værnes (via Kopenhagen of Oslo) of rechtstreeks met KLM vanuit Amsterdam en dan met de trein naar Storlien. Info voor de trein : www.nsb.no of www.mittnabotaget.se
• Met SAS of Brussels Airlines naar Göteborg en met de nachttrein naar Storlien. Info trein : www.sj.se
Dirk M



