De Voerstreek herbelicht en herbewandeld.
Hoe moeilijk het is om Voeren te vinden, ondervind je vanaf Visé: geen of niet te lezen aanduidingen omdat ze overschilderd zijn. Het zijn resten van heroïsche gevechten tussen de burgers en de rijkswacht of moet het gendarmerie zijn, tussen Vlamingen en Waalsgezinden.
Voeren behoort tot het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap. Het is ook een taalgrensgemeente waar de taalminderheid over taalfaciliteiten beschikt : de openbare besturen zijn verplicht de Franse taal te gebruiken tegenover inwoners wanneer deze er om verzoeken.
90% van de bevolking gebruikt een Limburgs dialect, het Plat, de rest van de inwoners blijkt Nederlands, Vlaams of Frans te spreken. Toch weet een vreemde eend in Voeren meestal niet of zij te doen heeft met een Frans- of Vlaamstalige Voerenaar. Iedereen doet immers commercie in beide talen en schakelt daarbij vlot over van de ene naar de andere taal.
De mensen zijn er vriendelijk; maar je moet natuurlijk niet op de oprit met een affiche van Retour à Liège de Vlaamse Leeuw gaan zingen. De streek is te mooi om uitdagend te doen.
Er voorbij wandelen is veel plezieriger !
Trek een Noord-Zuidlijn door de kern van Sint-Maartens-Voeren en er ontstaan twee wandelingen van ca.20km (inkorten is mogelijk): een eerste in het Westelijk deel en een tweede in het Oostelijk deel. In dit nummer komt de Westelijke wandeling aan bod, voor de Oostelijke verwijzen we naar het volgend nummer van de Natuurvriend.
Bekend in de Voerstreek zijn de weilanden met hun veeteelt; maar in de vrije natuur vooral het bestaan van das en wijngaardslak.
De das voedt zich vooral met wormen maar het afgevallen fruit van de hoogstammige fruitbomen zorgt in de voerstreek voor een welkome herfstmaaltijd. Voorheen werd de das gezocht voor zijn haar (scheerkwasten) en voor het vet dat ideaal zou zijn tegen winterhanden. Tegenwoordig is de das beschermd en wordt getracht de populatie uit te breiden door jonge exemplaren in nieuwe territoriums uit te zetten.
Deel 1 : De westelijke wandeling.
Deel 2 : De oostelijke wandeling.
Deel 1 : De westelijke wandeling.
Via de parking van het Veltmanshuis in Sint-Maartens-Voeren klim je naar de voorkant van de jeugdherberg hoger op de helling. De asfaltweg naar rechts volgen tot op het einde en dan het stijgend paadje op hijgen. Opgelet steeds rechtuit ! Op de hoogvlakte volg je even de verharde weg naar rechts tot aan het kruispunt -met zitbank en kruis- dan neem je links de Boyeweg. Er ontvouwt zich een landschap met graften, gruben en houtkanten.
Graften, ook wel cultuurtaluds genaamd, zijn een illustratie van invloed van de mens op het landschap via de landbouw. Een oude perceelgrens werd aangeduid met een haag of met een gracht evenwijdig met de hoogtelijn om het afvloeiende hellingwater even op te houden. Het meegevoerde materiaal bezonk langs de topkant. Het niveauverschil werd door ploegen evenwijdig met de hoogtelijn verhoogd. In de huidige grootschalige landbouw verdwenen meestal de hagen en bleven enkel taluds over, welke geregeld in het landschap terug te vinden zijn. Ook op kaarten worden ze dikwijls als verhevenheden aangeduid.
Je nadert Noorbeek, even voorbij de bakoven neem je de dalende straat (Onderstraat). De eerste splitsing rechts nemen (met verkeersbord verboden verkeer). Geen nood, je mag er als wandelaar wel gebruik van maken. Je komt via het kasteel van Altenbroek tot aan een T-splitsing met links de Molenhoeve, een vakantieverblijf met torentje.
De Molenhoeve is tegenwoordig een vakantieverblijf, het torentje dateert uit de 20ste eeuw. Voorheen stond hier de graanmolen van het domein. Het kasteel werd reeds vermeld in 1314; maar de naam duikt eerst op in 1563. De omgevende tuin met zijn drie bronnen werd aangelegd als Engelse landschapstuin. Je krijgt de indruk dat vijvers, graslanden en bocages eindeloos doorlopen. De gebouwen werden verschillende malen verbouwd, maar de verschillende bouwstijlen worden gecamoufleerd door alle gebouwen egaal wit te schilderen.
Loop rechtsaf de brede weg op en bekijk even de resten van enkele eeuwenoude wilde kastanjebomen. Toch nog indrukwekkend ! Links en rechts van de weg werd een raster aangebracht om dassen van de weg te houden, hier en daar laag tegen de grond bemerk je doorgangen. Aan de groene draadpoort links doorgaan en het smalle pad rechtuit volgen. Je bevindt je nu te midden van het natuurreservaat Altenbroek (130ha groot met op Nederlands grondgebied nog een 50ha). Via een bosrand en het draaimolentje kom je op de Koetsweg, een oude belangrijke verbinding tussen Aken en Herstal, welke vanaf 1700 aan belang verloor. Naar rechts en daarna de asfaltweg links naar Mheer, bekend om huizen in tukwerk, nemen.
Aan de grote baan naar links en dan opnieuw links de Steegstraat nemen. Steeds rechtuit, de enkele huizen achter je laten en het Hoogbos in wandelen. Aan een T-splitsing in het bos thv enkele betonblokken in de beekmeander naar rechts volgen. Stilaan stijgt de weg, verlaat je het bos en kom je boven op de vlakte terecht. In de verte bemerk je de Sint Pietersberg en een tweetal koolmijn terrils. Wandeling V1 volgen en stilaan afdalen, richting 's Gravenvoeren. Via grenspaal 28 en aan het Trichterbeeldje, een kapelletje rechts boven op de wegberm, de links verlopende weg nemen. Aan het kruispunt in feite links-rechts wandelen om aan het volgende kruispunt de betonnen trap te nemen. Langs de kerkhofmuur bereik je de dorpskern van 's Gravenvoeren aan het Kinkenbergpleintje en de herberg De Swaen.
Mooi is de onlangs gerestaureerde Maria-kapel uit 1715 en de Voer die de weg dwarst. De kapel bestaat uit lagen baksteen en mergelzandsteen. Naast de kapel staat een kraan waar inwoners drinkbaar water, voortkomend uit Sint-Maartens-Voeren, konden halen toen de Voer te vervuild werd.
De Swaen, in 1742 nog een postkoetshalte halverwege de weg Luik-Aken, is een geheel van woning, stallingen, wagenhuis en schuur.
Sinds 1989 is het dus terug een "openbare rustplaats"!?
Via de frituur van Wijnants, bekend van vroegere betogingen, kruis je de hoofdweg die van Oost naar West verloopt en wandel je de Mennekensputstraat in.
De gemeente 's Gravenvoeren is zowat de grootste van de Voerense gemeenten. Het geasfalteerde gemeenteplein was vroeger een kerkhof. Vroegere grafkruisen staan tegenwoordig tegen de muur van de kerk. Let op de Vlaamstalige teksten die duiden op het Vlaams verleden van de streek.
De gemeente met zijn typische lintbebouwing is bekend om zijn bruggetjes over de Voer. De lintbebouwing ontstond omdat de Voer ooit de enige voorziening voor drinkwater was voor de inwoners. De ondergrond van krijt laat immers het hemelwater direct naar de ondergrond.
Bekijk even in de doorgang van nummer 226 de gevel. Het is de oudste gevel, gelukkig gerestaureerd, uit stukwerk in de regio. Rustig het is privé terrein !
Aan de T-splitsing (met weer het zoveelste kruisbeeld op de berm) even naar rechts tot op het kruispunt met de St.Annakapel uit 1815. Hier zouden de Pruisen gekampeerd hebben alvorens naar Waterloo te trekken.
Volg links de Aubelstraat met de aanduiding FC.Foucron. De straat wordt even een onooglijk en slijkerige holle weg, toch is dit de Romeinse verbinding Maastricht-Trier ! Bekijk maar even het verloop op je kaart. Je komt dan uit aan de Witte of Madeleine kapel. Rust er even uit, zet je op de zitbank en kijk rond, zeker als je er buiten het maïsseizoen wandelt ! Schuin links ligt verder op nog een kapel : de Steenboskapel. Daarheen en hemelse muziek zal je te beurt vallen.
Ze is gebouwd in 1846 en staat op een kruispunt van wegen. Het bouwmateriaal is grotendeels afkomstig van een afgebrande Gallo-Romeinse villa met 87 vertrekken, opgegraven in de 19de eeuw. Deze kapel en alle andere in de regio, net als de kruisen, worden onderhouden door een vereniging van oudere mannen. Eén van hen vertelde me dat de muziek dient om de zeden te verzachten in de hoop het vandalisme te temperen. Blijkbaar helpt het.
De weg vóór de kapel een stukje terug oplopen en verder blijven volgen tot aan de brug onder de spoorweg. Bemerk even het verwaarloosde plekje even voor de brug in de berm. Blijkbaar had hier enkele eeuwen geleden onder Vlamingen een moord plaats ! Na de brug linksaf, doorheen het bos. De weg stijgt langzaam tot aan de baan. Voor de baan volg je schuin links de asfaltweg. Je bent hier niet alleen even in Wallonië maar ook op de grens tot waar ooit, bij het begin van de ijstijd, de Maas vloeide ! De gehele wandeling na het dorp verliep in de aanslibbing van deze rivier, vandaar de vruchtbare akkergrond. De weg door de weilanden blijven volgen en via de tweede of derde weg links afdalen naar de spoorwegbrug en het centrum van Sint-Maartens-Voeren toe.
De spoorwegbrug met zijn bogen overheerst werkelijk het landschap.
Ze is 251m lang en ca.20m hoog. Uit beton opgebouwd in 1917 door de Duitsers, met vrijwilligers (!?) en Russische krijgsgevangenen, overspant ze het dal van de Voer.
Deel 2 : De oostelijke wandeling.
Het vertrek van de Oostelijke wandeling ligt ook aan het Veltmanshuis.
Voor de Franse Revolutie was dit gebouw een verblijfplaats van het kapittel van 4 kerken uit de Voerstreek. Daarna werd het een gewone pastorie. In 1944 door de Duitsers in brand gestoken, gerestaureerd in 1950, werd het in 1971 gerenoveerd tot ongesubsidieerd Cultureel Centrum. Veltman was een bekende Vlaamstalige pastoor uit deze regio.
Geregeld zie je in de streek een groene bol hoog tussen de takken van populieren, peerlaren, naaldbomen en soms eiken. Het is de maretak, een half-parasiet. Hij kan zelf suikers maken met het groen in zijn bladeren, maar is wel afhankelijk van de boom voor zijn vochtaanvoer. Hij is typisch voor een kalkstreek.
In de Germaanse mythologie wordt de god Balder gedood door een pijl van maretakhout. Het verdriet van de godin Freya, zijn moeder, wekt zoveel medelijden dat de goden Balder terug levend maken. Freya gaf daarop de maretak aan de bomen, zodat de god Loki, heerser op de grond, hem niet meer kon gebruiken. Freya was ook de godin van de vruchtbaarheid : met Kerstmis kussen onder een maretakversiering verzekert je dan ook van geluk in de liefde. Maar ook Asterix gebruikte hem om zich aan te sterken ! Spijtig genoeg maken rond die tijd nogal wat plantenverkopers jacht op de plant, waarbij ze niet terugdeinzen om in privé terrein binnen te dringen.
Zijn bessen, gezocht door vogels (lijsters) bevatten naast kleverig vruchtvlees ook zaden. Wat aan de bek blijft hangen, wordt afgeveegd aan een tak. Het zaadje begint zich dan vast te hechten met een zuignapje, vormt een duiker, een worteltje, dat in het buitenste hout dringt en de nieuwe plant kan beginnen groeien. Vermits het worteltje niet zo diep doordringt is de maretak weinig schadelijk voor zijn gastheer.
Bij het verlaten van de parking, het GR-pad naar links volgen, eveneens de plaatselijke wandeling V4. Even langs een wegeltje waar in het begin links de door landbouw verontreinigde Kwintenbron uitmondt. Ze voorzag vroeger de bewoners van Kwinten van drinkwater. Bekijk even links in het droogdal het fraaie graftenlandschap (graften of cultuurtaluds : zie Westelijke wandeling). Je bereikt terug de grote baan thv het boomkapelletje met Gezellegedicht, daarna diredt rechts het stijgend wegeltje ophijgen. Na de prachtige afdaling doorheen het 43ha grote Broekbos, kom je uit op de baan Krindaal naar Plank.
Krindaal ligt waar een kleinere vallei in de Veurs uitmondt. Het agrarisch ingesteld gehucht bestaat uit een aantal woningen gelegen op puin dat van de hellingen naar beneden gleed in en na de ijstijd. De kleine vallei is een zogenaamd droog dal. De toenmalige permanent bevroren ondergrond belette dat het aflopend water in de bodem verdween, water en slijk namen op hun weg naar beneden ook allerlei puinmateriaal mee. Later, toen de ondergrond ontdooide, verdween het water in de krijtlagen en ontstond een droog dal. Op deze manier is de gehele Voerstreek gevormd, niet door sterke opstuwing zoals de Ardennen, maar eerst door insnijding van de lichtjes opgestuwde bodem door het aflopende water welke oa. de Voer en de Veurs zouden vormen. Een tweede oorzaak was het afvoeren van geërodeerd materiaal over bevroren ondergrond. De krijtlagen in de ondergrond zijn resten van diertjes die miljoenen jaren geleden leefden in de toenmalige tropische zee. Zij bedekte ooit geheel België, enkel de toppen van de Ardennen staken boven het water uit.
Je vervolgt de baan naar links en in de eerste bocht, ga je gewoon rechtuit, V4 en GR verlatend. Een smal, bijna overgroeid, stijgend veldweggetje opwandelen.
Voor de bocht aan het begin van het wegeltje ligt links een wijngaard, waar je belemnieten (puntvormig, versteend overblijfsel van uitgestorven, koppotige weekdieren) koralen en zee-egels kan vinden. Eeuwenoude resten van de tropische zee. De diepe erosie in het midden van het veldwegeltje laat duidelijk de krijtlagen zien (week en wit) liggend onder de silexbanken en de humuslaag. Hogerop komt er ook een bruine leemlaag boven op het krijt te liggen.
Stil want hier durven wel een reeën te rusten tijdens de dag.
Op de grote baan links afslaan, de baan volgend naar het gehucht Plank. Door het gehucht om aan de T-splitsing aan het voormalig tolkantoor naar links richting Maastricht en Boerenhof wandelen. Deze grote baan vormt de grens : links België en rechts Nederland.
250m verder, aan een huis met groen geschilderd kruisbeeld onder een boom, rechtsaf, het open agrarisch landschap in wandelen. Even langs een boomgaard en je krijgt uitzicht op een prachtige open vallei met weilanden en met in de diepte de nederlandse gemeente Slenaken.
Op het kruispunt van veldwegen met uitgebrande knotwilg, kruisbeeld en bank, naar rechts om langs grenspaal 18 de huizen van de oude boerennederzetting Nurop te bereiken. Rechtuit naar de kerk van Teuven. Aan de kerk de straat volgen om aan de boerderij de veldweg op te wandelen. Vanaf nu volg je het GR-pad.
Links zie je op de tegenoverliggende helling van het droog dal de bodem golven. Het zijn kleine droogdalletjes dwars op het grote dal. Merkwaardige resten uit de periode na de laatste ijstijd die de Voer zo vervormde.
Teuven is een echt landbouwdorp met de huizen op de westelijke helling van het dal van de Gulp gebouwd. Zodoende had de nederzetting geen last bij overstromingen. De huizen waren als een lint naast elkaar gebouwd, de laatste 30 jaar ontstonden er wat zijstraten.
Boven op de helling groeit op de slechte grond het Veursbos, hier ontbreekt immers de kalk.
Je wandelt er door en daalt af naar de spoorwegtunnel. Rechtuit naar het gehucht toe, de GR draait af richting tunnel.
De tunnel is meer dan 2km lang en heeft een dubbel spoor. Ook de spoorwegbrug in Sint-Maartens-Voeren behoort tot dezelfde spoorweg. Hij verschafte het Duitse bezettingsleger een verbinding tussen Visé en Aken -de Ijzeren Rijn was immers afgesloten wegens de neutraliteit van Nederland. Er was personenvervoer tot 1957, maar tegenwoordig is er nog enkel goederenvervoer.
Aan de huizen kom je voorbij een "kleinschalig-groot" etablissement. Het is het oud kruidenierswinkeltje van Jetteke, vroeger goed voor een kop koffie en eventueel een Voerdrupke, jenever van 22° met sleedoorn (é Voerdrupke mit sjliëkreke!). Sinds de reportage in een bekend weekblad is het uitgegroeid tot een taverne-achtige toestand, maar bleef even schilderachtig als vroeger ! Resultaat : autobussen vol toeristen komen hier alles bekijken tot meerdere glorie van de geldbeugel van de uitbaters en tot spijt van wie dit alles benijdt !
Kruis de grote baan, de asfaltweg omhoog om direct daarna rechts te vervolgen door de woonkern van Veurs.
Hier zijn het bijna allemaal huizen in vakwerk of met silexsteen als gevelbedekking. De silexknollen zitten tussen de krijtlagen, maar komen door erosie los te liggen en werden in deze streken als bouwmateriaal gebruikt. Ze zijn wel erg hard maar hun onregelmatige vormen zijn geen garantie voor stabiliteit. Voor de hoeken van de gevels en rondom de vensters wordt dan ook een versterking van kalksteen, later van baksteen, gebruikt.
Het vakwerk is weer een andere bouwtechniek. Er wordt eerst een houten gebinte gemaakt dat opgevuld wordt met vlechtwerk en bestreken met kalk en leem. Later werd met bakstenen gewerkt. In de achtergevels staan meestal kleine ramen, terwijl het pannendak ver uitsteekt: vroeger waren het strodaken en deze staken zover uit. Het wit kalken van de gevels is eerder van recente datum. Het gebinte steunt op een stoel of sokkel van baksteen of natuursteen. Als hout komt vooral eik, haagbeuk en es in aanmerking. Tijdens de wandeling zie je geregeld de niet meer geknotte essen, haagbeuken en eiken.
De techniek werd zowel voor kleine huisjes als voor riante hoeves gebruikt. Elk gebinte kan een eigenheid vertonen, maar de meeste Voerense gevels vertonen toch overeenkomsten met Rijlands vakwerk.
Op het kruispunt boven aan het einde van het dorp, neem je de asfaltweg links, hij zal overgaan in een veldweg, d.i.de wandeling V5. Langs de achterliggende boomgaard bereik je de bosrand. Verder wandelen om de tweede weg rechts te nemen. Hij leidt je stijgend en dalend door het Vrouwenbos. Aan een afsluitboom neem je de weg naar rechts. Deze brengt je via een hut op de berm met ondergronds waterreservoir tot op de baan naar Sint-Pieters-Voeren. Hier een 300m naar rechts en naast huis met nummer 37 links de asfaltweg afdalen. Het huis vertoont links en rechts van de deur een gedenkplaat over de oorlog 1914-1918. Vreemd, waarom werden er twee woorden weg gebeiteld ?
Je kan ook rechtuit blijven gaan om even Sint-Pieters-Voeren te bezoeken.
Rechts ligt in de diepte de Commanderij met haar eigenaardig torentje en kasteel.
In de Commanderij huisde de Duitse orde, gesticht in 1190 tijdens de derde kruistocht, om zich bezig te houden met het verzorgen van pelgrims en kruisvaarders. Acht jaar later werd ze een echte ridderorde om het Christendom manu militari te verdedigen tegen de Turken en de islam, alhoewel de caritatieve doelstelling behouden bleef.
Ze zou ook een afdeling legeren in Alden-Biesen. De vestiging in Voeren verkreeg ze van ridder Daniël van Voeren in 1242, toen deze bij zijn intrede al zijn bezittingen in Sint-Pieters-Voeren aan de orde schonk. In 1254 waren er 13 ridders en werd ze erkend. Door het bestaan van de Commanderij behield Sint-Pieters-Voeren tot eind 18de eeuw een speciaal statuut. In de 16de eeuw splitst ze zich op in een katholieke en protestantse tak. Het Franse bewind ontbindt de orde in 1797 en verkoopt de Commanderij als "zwart goed". Het huidig gebouw stamt uit de 17de eeuw en werd in 1893 door de toenmalige eigenaar gerestaureerd en uitgebreid. Tegenwoordig is het privé en niet te bezoeken, wel het park en de bijhorende forellenkwekerij, gesticht in 1885. De Voerbron geeft winter en zomer voldoende zuurstof en kalkrijk water voor de kwekerij van regenboogforellen. Deze forellensoort ontstond uit het kruisen van verschillende soorten in Amerika en werd hier ingevoerd omdat ze gemakkelijk te kweken is en snel groeit.
Aan het einde van de asfaltweg thv de houten garage en het huis met fort-achtige ingang volg je rustig klimmend links de holle weg. Bewonder het prachtig uitzicht op de vallei en de helling met het Vrouwenbos. Let op, bij wat bocage moet je rechts een doorgang nemen tussen twee paaltjes en een klein middenpaaltje met weerom een aanduiding van het Bosbeheer. De rustige, met gras begroeide weg door het bos volgen. Op de T-splitsing rechts af. Verderop links, om tussen hoge draad om jong bosbestand te beschermen tegen grote grazers, afdraaien.
Afdalen richting Sint-Maartens-Voeren, dat je voor je uit ziet liggen. Let op aan de T-splitsing thv een ingang van een hoevecomplex naar links, zoniet kom je op asfaltwegen met hostellerie én in het dal van Sint-Pierters-Voeren terecht !
Aan de Shetlandhoeve rechtuit, wandeling V4 volgen. De verharde weg gaat over in een diepe holle weg met in een bocht op de rechterzijde verscheidene ingangen van dassenburchten.
Bron: "De Natuurvriend", blz. 5-7, nummer 2, en "De Natuurvriend", blz. 7-9, nummer 3, jaargang 72



